MENU An Luttikholt Boekpresentatie SARA Lezers reageren
MENU An Luttikholt Boekpresentatie SARA Lezers reageren
Coachen

Coachen is een intensieve uitwisseling tussen coach en gecoachte op initiatief van de gecoachte.

Met deze keuze gaat de gecoachte een micro-leerproces aan van ongeveer drie maanden tot tot een half jaar. Micro omdat het zich afspeelt tussen coach en gecoachte met als materiaal de vragen van de gecoachte uit de werksituatie.

Ieder heeft zijn eigen reden om gecoacht te willen worden. Dat kan een voorgrond-reden zijn. ‘Ik functioneer niet optimaal’, ‘Mijn baas denkt dat ik meer kan en stelde een coach-traject voor’, ‘Ik sta voor een keuze, ga ik hier weg of investeer ik in deze baan?’ 

(Illustratie: Joke van Leeuwen, Het weer en de tijd, 1993)

Er zijn ook mensen met een ondergrond-reden, zij willen naar binnen gaan: ‘Ik kan beter of ánders’ of ‘’Ik wil beter of ánders’ of ‘Als ik zo doorga knap ik af, dat is me eerder gebeurd. Dat wil ik voor zijn’, ‘Ik loop al jaren tegen hetzelfde probleem op’, of: ‘Ik ben aan een nieuwe baan begonnen. Ik wil met jou (coach) kijken naar welke voetangels en klemmen zich openbaren. Nu is het tijd om het onder de loep te nemen. Ik wil niet nog een keer…’.

Of: mensen staan op een kruispunt of een rotonde in hun werkende leven en willen met mij in gesprek om die keuze gefundeerd te maken. 

Dikwijls leidt een voorgrond-reden tot een ondergrond-reden. 

Mensen met een te grote broek aan melden zich nauwelijks  

Het startpunt van het micro-leerproces is de vraag van de gecoachte. Het zal duidelijk zijn dat die vraag in de loop van het proces kan veranderen.

De coach-situatie

Twee mensen zitten aan een tafel, wandelen door het bos of zoomen. Wat er in het werk problematisch is, zal waarschijnlijk ook in het gesprek tussen de coach en gecoachte opduiken. Iemand die onverstaanbaar spreekt, iemand niet echt luistert of voortdurend de dialoog of het gevecht zoekt of iemand die zich kleiner voordoet. Dan is het aan de coach om te vertellen wat hij ziet of hoort. Het probleem is niet meer daar, maar in de kamer. Dat werkt indringender dan óver het fenomeen praten.

Het proces

Coach en gecoachte bouwen al zoekend en pratend vertrouwen op, ze creëren een situatie waarin de coach lastige vragen mag stellen. Het is aan de gecoachte of hij erop in wil gaan of niet. Hoe royaler de gecoachte op die vragen ingaat hoe intenser het proces kan worden, hoe preciezer de coach kan zijn. Te veel of te moeilijke vragen werken averechts, het gaat om de balans. Enig ongemak is nodig om uit de comfortzone te komen en te kunnen leren.

Wat zijn mijn favoriete benaderingen?

In de sessies mag ik graag een link leggen tussen wat zich in het werk voordoet en wat de gecoachte in de vrije tijd onderneemt. Een vrouw die uitstekend in staat was om in haar vrije tijd ski-lessen te geven aan kinderen en volwassenen. Ze leerde beter leiding te geven door de onderzoeken hoe ze dat op de berg in de sneeuw deed.

Een man was zeer hoog in een moeilijke vechtsport, hij runde een groot deel van deze (internationale) organisatie maar had moeite met het aansturen van zijn mensen op het werk (de universiteit). Hij had maar een paar sessies nodig, omdat hij op zijn werk dezelfde stijl van aansturen uitprobeerde als bij de gevechtssport. 

Ze leerden als het ware van zichzelf.

‘Ik kijk ook graag naar hoe het functioneren van de gecoachte in de werksituatie nú in verband is te brengen met hoe hij/zij is grootgebracht. 

Een vrouw, hoogleraar, was in de eerste sessie nauwelijks te verstaan. Ze slikte haar woorden in, deed alsof het totaal onbelangrijk was wat ze had bereikt. Ze voelde zich onzeker, angstig. Als ze in de spiegel keek zag zij een klein meisje, terwijl ze in de ogen van collega’s en studenten een inspirerende docent was en positief werd geëvalueerd. Ze verzuchtte: ‘Als ik me zou voelen zoals anderen mij zien…. Wow, dan had ik een veel gemakkelijker leven.’ 

Eerlijk gezegd zag deze vrouw er in de eerste sessies ook  uit als een klein meisje. Het was naar om te zien. Haar doelstelling voor de coach-sessies was om de op handen zijnde inaugurele rede voor te bereiden. Daar wilde ze toch wat steviger voor de dag komen. We onderzochten hoe ze van huis uit had geleerd, hoe haar ouders hun intelligente dochter benaderden en bekeken haar relatie met haar oudere broer. 

Na een paar sessies zat er een andere vrouw tegenover me. Er kwam een andere bril, een ander kapsel en andere kleding. Niet dat uiterlijkheden op zich betekenis hebben, maar de manier waarop ze liep, stond en zat veranderde. Ze werd een andere, zelfbewustere, vrouw.

Op de dag van de inaugurele rede zat ik in de stampvolle zaal. Daar stond iemand, rechtop, ieder woord van het  stevige inhoudelijke verhaal was te verstaan. Het applaus aan het einde was niet mis te verstaan.’

De koekjestrommel

Deze trommel komt op tafel als we vast zitten in een coach-proces of preciezer willen weten hoe de actoren in een casus zich tot elkaar verhouden. Graag zo grotesk mogelijk. Wie zit er in de blauwe stoel? Wie doet als een paard? Hoe ver staat x van y? Waar sta jij? Soms stellen we de hele organisatie op.

Hieronder zie je een klein managementteam.